De rekenpenning vindt zijn oorsprong in Griekenland waar in de oudheid tellen gebeurde met steentjes of schelpen en waar geen schrijven bij te pas kwam. Toen deze voorwerpen in het oude Griekenland vervangen werden door kleine stukjes metaal ontstond de penning.Onder de Romeinen werd het gebruik verder gezet onder de naam "calculus" vanwaar bet Franse "caillon" (kiezel~ steen) Met de ineenstorting van het Romeinse rijk verdween ook het gebruik van vermelde rekenmethode of "abacus".
De benedictijn Gerbert (ca. 950 - 1003), die later Paus werd, vestigde door zijn geschriften de aandacht op de verdwenen rekenmethode- In vele kloosters werd er terug gerekend op de oude manier en vanaf de 13de eeuw werd deze rekenmethode weer gebruikt.
Immers onze rekenkunde is tamelijk jong, want niettegenstaande onze huidige Arabische cijfers in Europa voorkwamen omstreeks de 13de eeuw, duurde het toch tot in de 16de eeuw vooraleer met deze cijfers gerekend werd. Voor deze tijd was het rekenen handwerk en het is slechts omstreeks de 2de helft van de 15de eeuw dat het gebruik van rekenpenningen - of "jetons"- algemeen werd.
De steentjes, schelpen of stukjes metaal werden toen stilaan vervangen door speciaal voor dit doel gemaakte "rekenpenningen". De eerste rekenpenningen werden waarschijnlijk vervaardigd in de 13de eeuw voor de huishouding van de Franse Koningin Bianca van Castille (1187-1252) die een tijd het regentschap waarnam voor Lodewijk IX- Onder Lodewijk XI (1461-1483) werd het gebruik van de penningen veralgemeend. Dergelijke penning werd "jectoir, gestoir -of jetton" genoemd, benaming afgeleid van bet werkwoord
"jeter" (werpen), want om te rekenen werden de penningen op een speciale manier op een tafel neergelegd of geworpen. Op sommige rekenpenningen is deze handeling van rekenen om te betalen duidelijk vermeld door de tekst "jettes bien, paies bien", dat we vertalen als "werp goed, betaal goed". Van uit Frankrijk verspreidde bet gebruik van deze penningen zich naar de Lage Landen en de rest van Europa. Zij werden vervaardigd in gekontroleerde munthuizen in Frankrijk, Duitsland en de Nederlanden. De vroegste penningen waren van koper of messing, later werden ook zilveren penningen gebruikt- Ook ontstond later het gebruik om van deze rekenpenningen, die werktuigen waren, een soort gratifikatie penning te maken. Zo werden deze penningen als nieuwjaarsgeschenk gebruikt. Koningen, hun familie en ambtenaren ontvingen ze - vaak in prachtige beurzen - ieder in verhouding met zijn ambt en behoeften. Wanneer bet gebruik van de rekenpenningen terugliep werden ze gebruikt als fiches o.a- bij bet kaartspel. Ook werden nog grote series penningen vervaardigd met o.a. afbeeldingen ontleend aan de Griekse of Romeinse numismatiek, bijbelse voorstellingen en afbeeldingen van vorsten, omdat deze penningen reeds in de l8de eeuw door liefhebbers verzameld werden. In West-Europa bleven ze in gebruik tot ca. 1600 en in Oost-Europa tot ca. 1700. Voor bet tellen gebruikte men tafels waarvan de oppervlakte door inlegwerk, inkerving of beschildering verdeeld was door horizontale en vertikale lijnen. Ook werd soms een doek met dergelijke lijnen over een tafel gelegd. De penningen werden op deze lijnen gelegd ~ of geworpen- volgens eenheden, tientallen, honderdtallen en op de vierde lijn, die met een kruisje gemerkt was, kwamen de duizendtallen terecht. Om getallen samen te tellen werden de penningen verplaatst en veranderden ze van waarde wanneer ze van lijn veranderden. Wie meer uitleg wil over dit rekenen raden wij aan de publikatie 26, Munt in Limburg, uitgegeven door. de " Provinciale Dienst voor bet Kunstpatrimonium " te raadplegen, waar meerdere rekenvoorbeelden afgebeeld zijn (pag. 29 ~ 37). Gegevens over bet rekenen met penningen in onze streken vinden wij vermeld in de rekenboeken die vanaf de 18de eeuw geregeld uitgegeven werden en meestal door Antwerpse schoolmeesters opgesteld waren. In de Brugse scholen werd bet rekenen met penningen nog onderwezen in de 17de eeuw. Uit een Frans manuscript uit 1679, vermeld in het werk van A.Blanchet, citeren we volgende tekst i.v.m. rekenen met penningen : "on apprendra aux élčves a jeter á la plume et aux jetons", men zal de leerlingen leren "werpen" met de pen en de penningen, "jeter" of werpen is hier gebruikt in de betekenis van tellen of rekenen.
De oude Vrije Rijksstad Nurnberg nam een bijzondere plaats in voor bet vervaardigen van rekenpenningen. De burgers mochten er deze penningen slaan en hun produktie verkopen. Ontstaan als vrij beroep groeide dit ambacht uit tot een goed georganiseerde gilde onder toezicht van de Nurnbergse stadsraad.

Nurnberg werd aldus een centrum voor bet maken van rekenpenningen die van daaruit verhandeld werden. Tussen 1450 en 1534 vermeldden de "Meisterbuchern" 46 meesters die rekenpenningen mochten slaan.Volgens de gilderegels van 1601 moest een gezel na vier leerjaren nog zes jaren deze werkzaamheid uitoefenen alvorens hij zijn examen als meester mocht afleggen. Op de jaarlijkse "Messe" te Frankfurt en te Leipzig werden de Nurnbergse rekenpenningen verkocht aan tussenhandelaren uit gans Europa. Vooral Frankrijk en de Nederlanden waren grote afnemers. Zo waren in het 17de eeuwse Amsterdam alleen zeven handelaren die rekenpenningen verkochten.
De oudste penningen vermelden geen gegevens betreffende de maker. De aanwezige tekst heeft dikwijls geen betekenis en geeft bij wijze van versiering slechts de impressie van een randschrift. Later bepaalde de stadsraad dat doopnaam en -toenaam van de makers en bet woord "Rechenpfenning" moesten vermeld worden. Ook mocht de penning niet verguld of verzilverd worden, om te vermijden dat ze met muntstukken zouden verwisseld worden. De eerste typen waren imitaties van Nederlandse typen zoals de Venuspenning. Verder waren er : de schoolpenning - met op de voorzijde een man achter een rekentafel en op de keerzijde het alfabet in vijf regels - ~ de scheepspenning - geďmiteerd van de Engelse nobels, met op de keerzijde vier Franse lelies in een vierkant ~ ~ de Markuspenning - met op de voorzijde de leeuw van St- Markus en op de keerzijde een rijksappel geplaatst in een dubbele driepas en driehoek. Van de vervaardigers van Nurnbergse rekenpenningen hebben we enkel de Krauwinckelsen vermeld. Vele penningen van Hans Krauwinckel behoren tot de mooiste produkten uit Nurnberg. Ook bestaan er van zijn werk vele verschillende typen en afbeeldingen.
Gaarne ontvangen wij van verzamelaars afbeeldingen of goede foto's van dergelijke penningen ten einde het oeuvre van de Krauwinckelsen zo veel mogelijk te kunnen tekenen.
Voor meerdere gegevens inzake andere makers van Nurnbergse penningen verwijzen wij naar een bijdrage verschenen in de "Muntkoerier", 1987, 8, pag- 41 - 45, waar ook verdere literatuur vermeld is. Ten slotte willen we nog aanstippen dat er zeer vele rekenpenningen of andere penningen geslagen werden. In bet "Staatlichen Munzen -und Medaillon Kabinet" te Munchen worden meer dan 8000 rekenpenningen bewaard, die vroeger verzameld werden door A- König. En alleen in Frankrijk werden door administraties, gilden, geestelijkheid, voorname families, steden en allerlei instellingen in twee eeuwen tijds ongeveer 15000 verschilillende penningen geslagen.
( Artikel van M. HENDRICKX in de uitgave van "De Kraewinkels Familie van de 17de Eeuw tot heden." Maaseik 10 Maart 1990)